Wat maakt Klæbo zo bijzonder?
Er zijn vier belangrijke redenen waarom het Noorse cross-country icoon de sprint domineert. Johannes Høsflot Klæbo heeft een frisse kijk op techniek.
Hij heeft een act voor tactische beslissingen en een lichaamsbouw die ideaal is voor modern langlaufen. Deze unieke combinatie is onstuitbaar gebleken.
Ze hebben vier belangrijke redenen geïdentificeerd waarom Klæbo zo extreem efficiënt is.
1. Klæbo vertegenwoordigt het toppunt van modern langlaufen
Klæbo behoort tot de volgende generatie langlaufers, die zijn opgegroeid met rolski-arena's. Deze bestaan doorgaans uit korte, steile hellingen, steile bochten en hoge snelheden – allemaal ideaal voor het ontwikkelen van een arsenaal aan specifieke hogesnelheidstechnieken en het aanpassen aan snelle techniekveranderingen.
Vooral dat laatste is cruciaal: tijdens een sprintheat wisselen renners gemiddeld meer dan 30 keer tussen verschillende subtechnieken. Tijdens de Olympische Spelen was Klæbo een snelle klassieke skiër, maar bij het schaatsen domineerde hij pas echt. Zijn bijzondere variatie aan 'hopende V1' is een stijl die het vermelden waard is. Bovendien heeft hij het vermogen om gemakkelijker, glooiend terrein te 'consumeren', vergelijkbaar met wat Thomas Alsgaard deed tijdens de Olympische Spelen van 1994.
2. Klæbo loopt voorop in cursusanalyse.
Voor elke race analyseert Klæbo op bijna wetenschappelijke wijze het parcours en het profiel, om zo te bepalen hoe hij elk segment zo snel mogelijk kan afleggen.
Dit was vooral duidelijk op de laatste heuveltop tijdens de Olympische Spelen van 2018 in Zuid-Korea, waar hij erin slaagde te versnellen van een hoge draaibeweging met diagonale passen via een paar gigantische, vloeiende diagonale passen naar een krachtige dubbele stok en uiteindelijk een zeer efficiënte afdalingstechniek. De snelheid die je over de top van een heuvel genereert, is cruciaal voor de snelheid waarmee je verder bergafwaarts kunt gaan.
Dit is onlangs onderzocht bij alpineskiën door onderzoekers van de Noorse Hogeschool voor Bewegingswetenschappen (Norges idrettshøgskole): de snelheid die je vanaf de start instelt, is veel belangrijker dan eerder werd aangenomen. Kijk maar eens naar de eerste paar schaatspassen die alpineskiërs maken vanaf de start.
3. Klæbo heeft een ideale lichaamsbouw voor modern langlaufen
Een uitzonderlijk hoge VO2max is altijd een voorwaarde geweest voor succes op internationaal niveau. Langlaufers zijn de atleten met de hoogste VO2max ter wereld, met de meeste mannen op het WK op 85-90 ml/kg/min.
Maar ook sprintraces (<1,8 km), waar de gemiddelde snelheid ongeveer 20 procent hoger ligt dan bij een 15-kilometerrace, vereisen een ongelooflijk hoog anaëroob vermogen. Niet alleen voor een incidentele sprint, maar steeds weer opnieuw gedurende de race.
Deze twee energiesystemen – het aerobe en het anaerobe – kunnen worden vergeleken met moderne hybride automotoren: een krachtige benzinemotor levert een hoog vermogen gedurende een lange periode. De elektromotor kan gedurende een korte periode nog meer vermogen leveren, maar even belangrijk is de ongelooflijk snelle acceleratie van de elektromotor. Bij maximaal vermogen gebruikt de auto beide motoren, maar als de accu leeg is, laadt de auto de accu weer op bij de volgende afdaling.
Skiërs met een krachtige benzinemotor en een grote accu met snellaadfunctie zijn de optimale sprinters. Alle topsprinters beschikken over deze eigenschappen. Klæbo is een extreme variant.
4. Bij het klassieke skiën valt de looptechniek van Klæbo op
Deze techniek is overduidelijk effectief en snel, maar brengt hoge kosten met zich mee qua energie. Het unieke aan Klæbo is dat hij over bakken energie (anaërobe capaciteit) beschikt om deze uitdagende techniek uit te voeren.
Klæbo's looptechniek is niet alleen nuttig bij het klimmen, maar indirect ook bij afdalingen en vlakke stukken. Deze techniek vereist een uitzonderlijk krachtige afzet, wat veel druk in de sneeuw creëert en de skiër in staat stelt om met minder kickwax te klimmen. Minder kickwax betekent een betere glijding, vooral op vlakke stukken, waar meer lagen wrijving kunnen veroorzaken.











